Kom uit je stresscirkel
Kom uit je stresscirkel

De eerste zin op dit scherm heb ik nu al 100 keer opnieuw getypt. En nog steeds vind ik ‘m niet goed genoeg. Ik loop rondjes door mijn eigen gedachten en blijf steeds op hetzelfde punt uitkomen. Aan het begin van een nieuw rondje weet ik waar het einde is en dat er geen verschil zit in wat ik net dacht en waar ik nu in gedachten naar toe ga. Ik blijf rennen, op de automatische piloot en ben er buitenadem van.

Stress is hetgeen waar de meeste cliënten die ik zie mee kampen. En hoe goed ik ook mijn best doe om alles wat ik tegen hen zeg op mezelf te betrekken, het lukt me niet altijd. Stress is soms groter dan wij mensen kunnen overzien. Het zit in onze kleinste deeltjes en het daar uit krijgen is heel lastig.

Ik vraag mezelf altijd af wat urgent is en wat niet urgent is. Is hetgeen ik nu moet doen zo belangrijk? In een periode vol stress lijkt alles belangrijk. Ik kan geen prioriteiten stellen en geef mezelf de schuld van dat alles verkeerd gaat. Ik ben te gehaast, te snel, te ongeduldig, te onzeker en te twijfelachtig.

De wereld om ons heen verlangt steeds meer van ons. We moeten harder werken en beter ons best doen. Je bent net zo goed als die collega die hier al jaren werkt en met dat nieuwe programma kun jij zo werken. De vraag is of jij het van jezelf verlangt of dat de wereld het van jou verlangt. Ik heb de wereld nog nooit horen praten (misschien ben ik de enige), maar de regels die zij oplegt… Poeh, daar heb ik ook last van!

Probeer maar eens om tijdens het lopen van een marathon je gedachten op een rijtje te krijgen. Dat lukt misschien aan het begin nog wel. Tot je een paar kilometer voor de finish ineens ziet dat de vier lopers achter je wel erg dichtbij komen. Je gaat harder rennen en de processen in je hoofd blijven steken.

Precies dat is wat er nu bij mij gebeurt. Het is tijd om even een stap terug te doen. Ik wil niet blijven rennen, maar ik wil mijn zaken prioriteren. Ik wil doen wat goed voelt en niet alles half afwerken en met een slecht gevoel blijven zitten. Daar win ik niets mee. Ik win er de wedstrijd niet mee – want op de achtergrond blijft alles in m’n hoofd zitten en kan ik dus niet alles geven wat ik in me heb – en ik maak de dingen die ik in mijn hoofd bedenk niet af.

Eigenlijk is het blijven rennen in rondjes tot je de tel kwijtgeraakt bent. Het hele proces doet me niets meer en mijn gedachten slaan op hol. Ik ben mezelf kwijt, kan geen connectie maken met mijn gevoel en heb niets meer op een rijtje. Ik blijf rennen terwijl ik steeds op hetzelfde (gestreste) punt uitkom. Het heeft geen zin. Het kost me alleen bakken met energie.

Het enige wat mij helpt is tot stilstand komen. Rust nemen en ademen. Nieuwe energie, nieuwe ideeën en nieuwe fantasie. Dat is niet alleen wat ik bij mijzelf doe, maar ook bij mijn cliënten: ik laat hen tot stilstand komen. En die stilte zegt zoveel meer dan de duizenden marathons die jij gelopen hebt (en alle gedachten die daarbij in je opkwamen).

In de stilte hoor je alleen de dingen die er op dit moment zijn. Het laat je gedachten stoppen en dwingt je om te kijken naar het hier en nu. Het brengt rust. Innerlijke rust. Rust waaruit je opnieuw je to-do-lijstje kunt opbouwen. Ineens lijken problemen die er waren er niet meer te zijn.

Het lijkt soms één grote waas in je hoofd. En geloof mij: dat heb ik ook. Ook ik ben niet perfect en heb niet altijd mijn mindset op orde. Maar gelukkig weet ik wel hoe ik tot stilstand moet komen. Het klinkt zo simpel: komt tot rust en luister naar jezelf.

Voor mij helpt het om even wat dingen aan de kant te schuiven. Even mijn hoofd op iets anders richten. Dan komen mijn benen tot stilstand en kan ik straks weer opnieuw kijken naar al die dingen die nog moeten. Het worden het er niet minder, maar de mist verdwijnt. Daardoor zie ik weer waar ik naar toe wil: mijn doel.

Door mist ga je rennen zonder uit te komen waar je wil uitkomen. Om alles weer op een rij te zetten is het nodig om de mist te laten opstijgen. Hoe verder jij de mist kunt laten afdrijven, hoe beter zicht je hebt op je doel en de weg daar naartoe.

Als mijn plan niet werkt, verander ik mijn plan. Maar ik verander nooit mijn doel.